Frequently Asked Questions webinar 21st Century skills

FAQ #1: Hoe verhouden 21ste-eeuwse vaardigheden zich tot andere concepten, zoals waarden en normen, loopbaancompetenties, kernvaardigheden en beroepsvaardigheden?

Antwoord: Dit is een hele brede vraag, waarover wel drie proefschriften geschreven kunnen worden! Uit empirisch onderzoek (Christoffels & Steehouder, 2015) weten we dat er een relatie is met kernvaardigheden, maar verder weten we vooral iets over conceptuele overlap die er is. KSAVE benoemt normen (values) en waarden (ethics) als expliciete onderdelen van 21ste-eeuwse vaardigheden. Ook met de loopbaancompetenties zijn duidelijke verbindingen (bijvoorbeeld reflectie en metacognitie; netwerken en communiceren). De 21ste-eeuwse vaardigheden zullen bijdragen aan de ontwikkeling van beroepsvaardigheden (zoals probleemoplossend vermogen bij reparatiewerkzaamheden). Om echt een bevredigend antwoord te geven op deze vragen, zou empirisch onderzoek gedaan kunnen worden waarbij de verschillende concepten gemeten worden en waarbij wordt gekeken hoe studenten van verschillende niveaus en sectoren hierop scoren en of hier onderlinge verbanden zijn.

FAQ #2: Hoe staat het met de 21ste-eeuwse vaardigheden van de docenten en wat zij hebben zij nodig om deze goed te kunnen overbrengen aan studenten?

Antwoord: Ook hier geldt dat er weinig onderzoek is gedaan naar 21ste-eeuwse vaardigheden van docenten. Per domein zijn verschillen te verwachten, waarbij docenten in technische beroepen mogelijk een beter probleemoplossend vermogen hebben en docenten in welzijnsberoepen over betere communicatievaardigheden beschikken. De plek van de docent is waarschijnlijk onderwerp van vervolgonderzoek.
In het kader van ‘practice what you teach’ is het net als bij beroepsgerichte vakken van belang dat docenten zelf over (een aantal) 21ste-eeuwse vaardigheden beschikken om dit ook in de lessen terug te kunnen laten komen. In eerste instantie gaat dit niet (zoals vaak wordt gedacht) alleen om digitale vaardigheden, maar vooral om een open, vraaggerichte en onderzoekende manier van lesgeven. Lesgeven en leren in de 21e eeuw impliceert voor de didactische en pedagogische vaardigheden van de docent dat hij/zij op een open manier blijvend in interactie met de studenten onderwijs geeft, deelt en maakt.
Wat docenten kunnen gebruiken bij het ontwikkelen in deze vaardigheden is de ruimte, tijd en waar mogelijk concrete opdracht om te experimenteren en samen te leren op dit vlak. Door dit te faciliteren kan zichtbaar gemaakt worden wat al aanwezig is en waar ontwikkelingsvragen liggen. Niet alle docenten hoeven (direct) ‘21e eeuws vaardig’ te zijn; een start maken bij de ‘early adopters’ helpt hierbij. Zij zijn intrinsiek gemotiveerd om aan de slag te gaan met dit thema, durven het vaak aan om te experimenteren, fouten te maken en hiervan te leren. Dit is een krachtig voorbeeld voor collega’s, waardoor het als een olievlek kan worden uitgebreid binnen teams.

FAQ #3: Wat zijn goede manieren (wat betreft didactiek en curriculum-inrichting) om 21ste-eeuwse vaardigheden aandacht te geven?

Antwoord: Er is een papieren werkelijkheid en een praktische werkelijkheid. Waar begin je en wat werkt? Start bij de docent: de praktische werkelijkheid (zie ook antwoord op FAQ #2). Tegelijk biedt de invoering van de herziening kwalificatiedossiers (IHKS) ook de mogelijkheid om in zowel het grof- als het fijnontwerp 21ste-eeuwse vaardigheden in het curriculum op te nemen. Wanneer je 21e eeuws leren centraal wil stellen in je onderwijs, ondersteunt het een het ander. Omdat de impact op de wijze van lesgeven groot is en dit veelal om een veranderingsproces zal vragen bij docenten, kost dit meer tijd en vraagt het inzet van docenten en facilitering vanuit het management.
Wat betreft curriculumontwikkeling ligt er absoluut een kans voor het mbo. Omdat hier de ‘echte wereld’ middels de grote praktijkcomponent in de opleidingen centraal staat, worden ook de veranderingen in de wereld snel zichtbaar in stages, praktijkopdrachten en projecten. Studenten worden hierin uitgedaagd op andere manieren te werk te gaan, andere denkstrategieën te gebruiken en de 21e eeuwse vaardigheden (direct en indirect) in te zetten. In het voorgezet onderwijs of het wetenschappelijk onderwijs is dit bijvoorbeeld lastiger, omdat de praktijk daar verder van het onderwijs staat.
De kunst voor het onderwijs is dus om actief de bedrijven en instellingen waarin de studenten werken en stage lopen te betrekken bij de ontwikkeling van het onderwijs en hierin verder te kijken dan bestaande contacten en werkvelden. Bijv.: Technische opleidingen hebben niet alleen meer te maken met technische vraagstukken, maar krijgen (zoals in het filmpje ‘Ik ben Alice’) ook met projecten te maken waar samenwerken, ethiek en normen en waarden van belang is. De samenwerking met zorg en welzijn in dit geval is van groot belang om producten te ontwikkelen die aansluiten bij de vragen uit de praktijk.

FAQ #4: Hoe kan het werken aan 21ste-eeuwse vaardigheden buiten de klas (bijvoorbeeld in een bedrijfsproject of (buitenland) stage) aandacht krijgen?

Antwoord:
Er zijn verschillende manieren om 21e eeuws leren buiten de klas vorm te geven. Een mooie kans op dit moment zijn de keuzedelen, die (deels) ingevuld kunnen worden in de praktijk. Door praktijkopdrachten te maken waarin aanspraak wordt gedaan op de 21e eeuwse vaardigheden van de student, kan het leren en werken op dit vlak verdiept worden. Dit type keuzedelen leent zich uitstekend om als mbo-instelling samen met het bedrijfsleven te ontwikkelen.
Ook zijn er voorbeelden van mbo-scholen die projecten vanuit het bedrijfsleven of de maatschappij halen om deze met interdisciplinaire studententeams aan te pakken. Deze ‘real life’ projecten vragen vaak om naast het inzetten van specifieke beroepsvaardigheden om de 21ste-eeuwse vaardigheden. Daarbij krijgt de student op deze manier directe feedback en waardering uit de praktijk, wat de leermotivatie van studenten veelal vergroot.
Uit onderzoek is bekend dat een buitenlandse stage ook kan bijdragen aan de ontwikkeling van 21ste-eeuwse vaardigheden, zoals sociale & culturele vaardigheden en planning- en organisatievaardigheden.
Zie bijv: http://www.cimo.fi/services/publications/faktaa_-_facts_and_figures_1_2014

FAQ #5: Wat zijn goede praktijkvoorbeelden in het mbo?

Antwoord: Omdat wij in onze projecten dagelijks met goede praktijkvoorbeelden in het MBO te maken hebben, wordt deze ‘lijst’ regelmatig aangevuld.
Er zijn er natuurlijk nog veel meer, maar in de webinar hebben we goede voorbeelden laten zien van: Friese Poort: visie vorming en curriculumontwikkeling, KW1C: visie vorming en curriculumontwikkeling, Sint Lucas: leeromgeving (en ook curriculumontwikkeling) en Summa College: ontwikkeling van docenten.

<< Terug naar vorige pagina
Zoeken

Meer over dit onderwerp

Contactpersoon

 Sara van Kesteren
Sara van Kesteren
Consultant
06-10232068